Je bent in beeld als je bij Neo speelt!

"Willen is kunnen" - Wout Weghorst

Het is de 86e minuut als Wout Weghorst (22) in de Amsterdam Arena boven alles en iedereen uittorent en de bal hard achter Ajax-doelman Jasper Cillessen kopt. De man met de jongensboekennaam, zoals Volkskrant-journalist Willem Vissers de Heracles-spits steevast noemt, luistert zijn basisdebuut op met zijn eerste officiële goal in het zwart-witte tenue. Hoewel de wedstrijd uiteindelijk met 2-1 verloren gaat, heeft Weghorst een van zijn doelen bereikt.

Scoren op het hoogste voetbalpodium van Nederland, daar was het Wout Weghorst namelijk lange tijd om te doen geweest. Nog geen zes jaar geleden scoorde Weghorst namens NEO op zondagmiddag in de derde klasse, tegen clubs als Victoria ’28 en DOS ’19. Via hoofdklasser DETO, het tweede elftal van Willem II en Jupiler League-middenmoter FC Emmen, maakt Weghorst zijn goals tegenwoordig opnieuw in het zwart-wit. Maar nu in de eredivisie, en de tegenstanders heten Ajax en FC Twente. In het knusse café De Ster in Oud Borne spraken wij met de spits van Heracles Almelo.

Joop Schuman, Steve Mokone, Folkert Velten, Bas Dost, zomaar wat aanvallers die de jonge Heraclied opvolgde toen hij in de zomer van 2014 zijn handtekening onder een tweejarig contract zette. Weghorst kwam transfervrij over van eerstedivisionist FC Emmen, waar hij in twee seizoenen 19 keer het net wist te vinden. Dat zijn contract bij Emmen niet verlengd werd, kwam niet als een verrassing voor Weghorst: “De relatie tussen mij en trainer Joop Gall was niet meer zo goed. Maar er was ook contractueel vastgelegd dat ze me meer moesten gaan betalen als ze de optie zouden lichten en mij zouden behouden. Ik zou voor een wisselspeler te duur worden, want ook Roland Bergkamp bleef en hij was de eerste keus van Gall.”

Hoewel hij in zijn tweede seizoen weinig speelde bij Emmen, bleek hij wel uiterst effectief: van alle spitsen in de eerste divisie had hij de minste minuten nodig om een goal te maken. “In de tweede helft van vorig seizoen scoorde ik volgens mij in zes korte invalbeurten vijf keer”, vertelt de spits. Deze zomer stond hij in de belangstelling van een aantal eerste- en eredivisieclubs. “Echt concreet werd het nergens, totdat ik terugkwam van een stage bij Osnabrück. Mijn vader belde toen ik op de terugweg was en zei: ‘Wout, kom maar naar huis. Heracles heeft gebeld’. Natuurlijk heb ik toen wel getwijfeld, want ik wilde zoveel mogelijk spelen. Aan de andere kant was het ook een geweldige kans om bij een eredivisieclub aan de slag te gaan, wie zei me dat die zich ooit weer zou voordoen? Ik heb met veel mensen gesproken, maar uiteindelijk toch mijn gevoel gevolgd. Ik wilde het maximale eruit halen en voor mijn gevoel kon dat bij Heracles.” In Almelo, waar hij al eens een stage afwerkte toen hij nog voor DETO uitkwam, kwam Weghorst deze zomer als derde spits binnen. Al tijdens de voorbereiding streefde hij de Fin Kangaskolkka voorbij in de pikorde. Ook de beoogde eerste spits van Heracles, Denni Avdić, voelde al snel de hete adem van Weghorst in z’n nek. “De voorbereiding ging goed, ik scoorde veel en werd steeds beter. Bij de start van de competitie begon ik nog wel op de bank, maar toen raakte Avdić geblesseerd. Sindsdien ben ik eigenlijk niet meer uit het elftal gegaan.” En toen kwam Ajax. Bijna 50.000 toeschouwers gingen spannende slotminuten tegemoet toen Weghorst Heracles met een rake kopbal terug in de wedstrijd bracht. “We pakten bijna nog een punt, maar uiteindelijk hadden we er niks aan natuurlijk. ‘Dit heb ik toch maar mooi bereikt’, dacht ik toen. Het lijkt misschien niet zo vanaf de buitenkant, maar ik heb hier zoveel voor gedaan. Voor mij was het persoonlijk wel een overwinning. Het was mooi dat mijn familie op de tribune zat, zij wisten dat ik er alles voor over heb gehad.”

Het ging vervolgens snel met Weghorst. Na Ajax scoorde hij ook in het thuisduel tegen Twente. Niet alleen met doelpunten, maar ook als aanspeelpunt valt Weghorst op. Als kapstok van het elftal is hij sterk aan de bal en hij wint bijna

elk kopduel. “Het leek wel alsof alles erin vloog, ik zat echt in een flow. Ik had zoveel vertrouwen, scoorde goals die ik anders niet zo snel gemaakt zou hebben. Ook de trainer zei dat ik belangrijk was voor het team, dat was echt een lekkere periode.”

Dat was ook Adrie Koster opgevallen, toenmalig trainer van Jong Oranje. Hij nodigde Weghorst uit voor de allesbeslissende kwalificatiewedstrijden met de leeftijdsgenoten van Portugal. “Dat was echt het ultieme. Tijdens de thuiswedstrijd zat ik nog op de tribune, maar in aanloop naar de wedstrijd in Portugal ging Luc Castaignos naar huis en trainden we alleen maar op de lange bal. Toen wist ik genoeg.” Weghorst begon in de basis bij Jong Oranje en ook nu scoorde hij tijdens zijn debuut. “Ik had echt kippenvel toen ik daar in die spelerstunnel stond, was ook wel wat gespannen. Maar daar had ik in de wedstrijd geen last meer van. Ik scoorde en kopte nog tegen de lat, echt prachtig. Ik heb toen geloof ik ook alle 100 kopduels gewonnen van die verdediger… Eén keer won die gozer van mij, dat stadion ontplofte!”

Ook Jong Oranje was een mooie leerschool voor Wout. “Assistent-trainer Pierre van Hooijdonk was ontzettend veel met me bezig. Hoe ga je staan, welke lijn moet je lopen, de manier van indraaien, hoe ga je een kopduel het beste aan. Allemaal details, maar zó leerzaam.” Bij Jong Oranje speelde de Heraclied samen met jongens als Jetro Willems (PSV), Ola John (Benfica) en Elvis Manu (Feyenoord). “Dat niveau was wel ontzettend hoog, je krijgt de ballen daar waar je ze wil hebben. Daar kun je een meetlat tussenleggen, zo precies.”

Onlangs bleek op de website tussendelinies.nl dat Weghorst in de eerste competitiehelft samen met Michiel Kramer van ADO het minste aantal doelpogingen nodig had om te scoren. “Mijn broertje Twan laat me soms wat van die berichten lezen, dat is wel geinig. Maar tegelijkertijd denk ik dan ook: hoe zou het zijn als ik elke week zo’n aanvoer heb zoals ik dat bij Jong Oranje had? Peter Bosz zei tijdens mijn eerste stage bij Heracles al: hoe goed je werkelijk bent en hoe ver je uiteindelijk gaat komen, hangt af van de snelheid waarmee jij je aanpast aan een hoger niveau. Volgens mij is me dat tot nu toe wel aardig gelukt. Vanaf het eerste van NEO ben ik telkens een stap hogerop gegaan en heb ik me elke keer snel aangepast. Ook nu weer bij Heracles merk ik dat ik beter wordt.”

Als relatieve nieuwkomer in de wereld van het profvoetbal, verbaast Weghorst zich regelmatig. Zo kwam hij in het nieuws na een media-akkefietje met Emmen-trainer Joop Gall. “Ik heb tegen Dagblad van het Noorden gezegd dat Heracles mij goed lag vanwege de professionaliteit en instelling. Vervolgens staat er in die krant dat er bij Emmen elke middag kroketten en frikadellen werden gegeten. Daar heb ik flink voor op m’n donder gehad bij Heracles, maar ook dat is een goede leerschool.” In Emmen merkte hij sowieso dat niets is wat het lijkt: “Het is wel ieder voor zich in het profvoetbal, een egoïstische wereld waarin mensen zich beter voordoen dan dat ze zijn. Dat is misschien wel logisch, maar niet mijn wereld. Zo kan iemand in je gezicht zeggen dat je een goede kerel bent, maar achter je rug om noemt ‘ie je een klootzak. Bij Heracles is dat wel minder.” Met een knipoog: “Het verschil is natuurlijk wel dat ik bij Heracles gewoon alles speel…”

De trainer die Weghorst liet debuteren bij Heracles is inmiddels ontslagen. Jan de Jonge moest al na vier verliespartijen het veld ruimen, John Stegeman volgde hem op. “Dat was wel keihard. Na de uitwedstrijd bij Excelsior moest De Jonge eerder uit de bus, omdat ze bang waren dat supporters ons stonden op te wachten. Je bent daar als spelersgroep medeverantwoordelijk voor, daar had ik het wel moeilijk mee. Maar goed, zo gaan die dingen nou eenmaal.”

“Ik heb er trouwens enorm veel respect voor hoe Stegeman het sindsdien heeft opgepakt, dat is niet gemakkelijk hoor. Hij eist ontzettend veel van ons, maar geeft ook een compliment als iets goed is. Bovendien vraagt hij ook gewoon eens hoe het thuis is, dat vind ik fijn”, vervolgt hij. Trainers waar Weghorst eenzelfde soort band mee had, waren Jurgen Bruggeman en Gerard Bos bij NEO. “Jurgen was mijn trainer bij NEO D1, daar had ik echt een klik mee. Hij begreep hoe graag ik wilde winnen, was veel met me bezig. Maar hij kon me ook net zo goed van het veld halen en zeggen: ‘ga maar douchen, en als je weer normaal

kan doen kun je terugkomen’. Met Gerard Bos had ik automatisch een klik, ik vond het geweldig om te zien hoe graag hij wilde winnen. Daarin leken we op elkaar.”

Weghorst debuteerde als zestienjarige in het eerste van NEO tegen Berghuizen en ook toen scoorde hij bij zijn debuut.

Na een volledig seizoen in NEO 1 wachtte hoofdklasser DETO: “Mijn vader zei eerst nog: ‘blijf lekker bij NEO. Je hebt nauwelijks een seizoen in het eerste gespeeld.’ Maar ook toen dacht ik: dit is een unieke kans. Ook toen scoorde ik tijdens mijn debuut als basisspeler, uit bij Staphorst maakte ik de 2-0. Ik heb blijkbaar iets met speciale wedstrijden”, lacht Weghorst.

Wout Weghorst wil winnen, altijd en overal: “Mijn fanatisme heeft me ver gebracht, maar het werkt ook soms tegen me. Als ik mezelf soms terugzie op tv, dan denk ik ook ‘wat doe je nou’. Als ik scoor bijvoorbeeld, dan weet ik niet meer wat ik doe. Maar het kan ook tegen me werken, zoals toen die keer dat ik juichte nadat ik een penalty veroorzaakte tegen NAC. Daar heb ik nog zo’n vijf wedstrijden last van gehad, want elke keer zei de scheids vooraf: ‘Hé Weghorst, alles leuk en aardig, maar vandaag blijf je op de beentjes hè’. Ook met Stegeman heb ik wel eens een aanvaring gehad, maar hij ziet mijn drive om te winnen gelukkig als kwaliteit. Daarom zijn ze bij Heracles ook met me bezig, zij zien dat ik het uiterste uit m’n carrière wil halen.”

Emotie, passie, bezieling. Het zijn woorden die telkens weer terugkomen tijdens het interview, en ook als een rode draad door de carrière van Weghorst lopen. ‘Daarom ben ik ook zover gekomen. Als je iets echt wil, kun je heel ver komen. Natuurlijk heb je een beetje talent nodig, maar aan de andere kant: wie dacht er zes jaar geleden toen ik bij NEO speelde dat ik nu in de eredivisie zou scoren? Ik denk niemand, ikzelf ook niet. Maar ik heb er ook heel hard voor gewerkt. Neem nou vorig jaar, ik speelde niet veel bij Emmen, maar ik was elke dag bezig met krachttraining. Dan was ik echt de enige hoor, die ’s middags bleef om zelfstandig te trainen. Nu bij Heracles doe ik precies hetzelfde, ik wil sterker worden.”

De technische staf van Heracles remt Weghorst daar soms in af. Zo moet hij soms verplicht een training overslaan en werd hij niet opgesteld in de bekerwedstrijd tegen Cambuur Leeuwarden. “Ik ga altijd volle bak, wil voor mezelf het gevoel hebben dat ik er alles aan heb gedaan. Ik kan op veel punten ook nog beter worden. Hoewel het lastig te trainen is, wil ik explosiever zijn. Ook doe ik veel aan mijn rompstabiliteit, daar heb ik alleen maar voordeel bij.”

Ook bij NEO was Wout altijd bloedfanatiek en kon hij slecht tegen zijn verlies. “Ik ging wel eens door het lint ja, als er domme fouten werden gemaakt of als jongens er met de pet naar gooiden. Er waren jongens die gingen op vrijdagavond uit en als ik dan op zaterdag hoorde hoe dronken ze waren geweest… daar had ik echt moeite mee. Ik baalde ook wel als iemand niet goed genoeg was, maar goed, daar zit je voor bij NEO. Maar het was vooral ergerlijk als jongens het wel best vonden. Dan dacht ik: dan kom je toch niet? Dan ga je toch lekker in een lager elftal voetballen?” Nu hij in de eredivisie speelt, is dat wel enigszins veranderd. “Ik kan nog steeds slecht tegen mijn verlies, maar ik merk dat ik het sneller relativeer. Wat dat betreft ga je snel mee in dat egoïstische. Als we verliezen, maar ik speel zelf heel erg goed, dan is dat toch anders. Andersom ook trouwens, want als we winnen in een wedstrijd waarin ik zelf dramatisch ben, heb je ook niks aan mij hoor.”

In het veld zie je de spits zo nu en dan vertwijfeld zijn armen in de lucht steken en scheldt hij op zich zelf. “Elke aanname moet goed zijn, elk kopduel moet ik winnen. Voor mij is het nooit goed genoeg, het moet altijd beter. Daar blijf ik soms te lang in hangen, ik moet daar gemakkelijker in worden. Iemand als Simon Cziommer heeft het daar ook vaak met mij over, dat de volgende actie belangrijk is. Niet de actie die beter had gekund.”

Beter willen zijn dan de tegenstander, alles winnen. Het doorklinkt in elke zin die Weghorst uitspreekt. Nog steeds is hij af en toe bij NEO te vinden. “Als Twan speelt vind ik het sowieso leuk om even te kijken. En in december heb ik de derby tegen Borne ook nog wel gezien. Toen heb ik me trouwens ook gestoord”, lacht Weghorst. Dan vurig: “Het was toen muisstil op het veld, ongelooflijk! NEO liet het voor mijn gevoel allemaal gebeuren, dan mag er wel met wat meer beleving worden gespeeld. Het is allemaal zo tam!”

Buiten het voetbal wil Weghorst er ook alles uithalen. Hij volgt een studie Topsportmanagement en ondernemerschap via de VVCS (Vereniging van Contractspelers) en haalde tot nu toe al zijn tentamens in een keer. “Het is een thuisstudie en dat maakt het soms wel lastig. Maar als ik een tentamen heb, dan ga ik ook volop studeren. Daar krijg je me ook moeilijk vanaf, dan loop ik bij wijze van

spreken met dat studieboek de tentamenzaal in. Maar of dit het is, weet ik niet. Als ik zie waar mijn broer Ralf met zijn Bouwkunde-opleiding mee bezig is, dat lijkt me ook wel wat. Misschien ga ik nog wel een opleiding volgen hierna, binnenhuisarchitectuur lijkt me wel wat.”

De status van Weghorst is inmiddels wel veranderd, zo wordt hij steeds vaker herkend op straat. “Het is heel leuk als kindjes met je op de foto willen, of dat ze een handtekening vragen. Dat vind ik prachtig, deed ik vroeger zelf ook. Maar volwassenen, die gaan vaak anders tegen je doen. Als ik een keertje uitga in Hengelo, krijg je van die mensen die tegen je gaan schreeuwen, stoer gaan doen. Mensen die vroeger nooit tegen me praatten, gaan me nu opeens opzoeken. Op straat zitten sommige mensen te staren, ongelooflijk. Ze lijken te blokkeren, maar waarom? Omdat ik voetballer ben? Daar heb ik moeite mee, dat hoeft toch helemaal niet. Doe maar lekker normaal. Ik ben toch niet opeens iemand anders dan hiervoor? Knoop een leuk gesprekje aan of groet me gewoon normaal. Maar ach, het hoort er misschien wel een beetje bij”, besluit Wout.

Hij staat nog anderhalf jaar onder contract bij Heracles, maar droomt af en toe wel van een mooie carrière als voetballer. “Mijn doel is stabiel te worden bij Heracles, ik wil gewoon anderhalf jaar veel wedstrijden spelen en veel scoren. Maar natuurlijk droom ik van een topclub in Nederland, ik ben benieuwd naar wat ik nog meer kan. Wat dat betreft ben ik nog lang niet klaar.”